We denken graag met onze klanten en bewoners mee en bieden woningen met een lage energievraag en energiezuinige installaties.
Hieronder vertellen we meer over de energieprestaties van onze fabriekswoningen en hoe we dat realiseren.
Hoe energiezuinig is een Fijn Wonen-woning?
Onze grondgebonden woningen zijn volledig gasloos en zijn all-electric uitgevoerd. Standaard behalen deze woningen Energielabel A+++. Dit label laat zien dat de woning zeer energiezuinig is ontworpen, onder meer dankzij goede isolatie, energiezuinige installaties en een beperkte energiebehoefte voor verwarming. Daarmee voldoen onze woningen aan de geldende BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Deze wettelijke eis stelt grenzen aan de energiebehoefte van een woning, het gebruik van fossiele energie en het aandeel hernieuwbare energie.
Afhankelijk van het project worden woningen standaard voorzien van 0, 1 of 2 zonnepanelen. Op veel daken is daarnaast ruimte beschikbaar voor extra zonnepanelen. Hiermee kan een deel van de benodigde elektriciteit op de woning zelf worden opgewekt. In welke mate dit bijdraagt aen een lagere energierekening verschilt per huishouden en is onder andere afhankelijk van het energieverbruik, het aantal zonnepanelen, de energieprijzen en de geldende regelgeving.
Verwarmen zonder fossiele energie
Iedere Fijn Wonen-fabriekswoning is standaard uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp voor de verwarming van de woning en de productie van warm tapwater. Deze warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht en zet deze efficiënt om in bruikbare warmte. De buitenunit van de warmtepomp is bij de meeste van onze fabriekswoningen geïntegreerd in de houten buitenberging, en daarmee esthetisch aan het zicht onttrokken.
Onder gestandaardiseerde omstandigheden heeft de warmtepomp een COP (rendement) van gemiddeld ~5. Dat betekent dat met 1 kWh elektriciteit ongeveer 5 kWh warmte kan worden geleverd. De daadwerkelijke prestaties zijn afhankelijk van factoren zoals de buitentemperatuur, de gewenste binnentemperatuur en het gebruik van de woning. Voor warm tapwater beschikt een Fijn Wonen-fabriekswoning veelal over een boiler van 200 liter die door de warmtepomp wordt verwarmd.
Goed geïsoleerd en ontworpen voor een lage warmtevraag
Onze fabriekswoningen worden gebouwd met voornamelijk een betonnen draagconstructie (casco). Omdat beton een belangrijk aandeel heeft in de milieu-impact van een woning, zoeken we voortdurend naar mogelijkheden om die impact te verlagen. Het beton voor het casco produceren we zelf, waardoor we de samenstelling van het beton gericht kunnen aanpassen. Voor de fundering onderzoeken we samen met onze ketenpartners oplossingen, zoals een lager materiaalgebruik, betonmengsels met minder cement en een groter aandeel gerecyclede materialen, zoals betongranulaat.
Dankzij de hoge thermische massa van onze betonnen draagconstructie, worden warmte en kou geleidelijk opgenomen en afgegeven. In combinatie met de isolatieschil van de woning helpt dit om temperatuurschommelingen te beperken en draagt het bij aan een stabieler binnenklimaat gedurende het jaar. Om warmteverliezen te beperken zijn onze fabriekswoningen natuurlijk ook goed geïsoleerd en worden de woningen standaard uitgevoerd met kunststof kozijnen met daarin triple beglazing (HR+++). Deze sterke combinatie draagt op zijn beurt bij aan een lage warmtevraag en een comfortabel binnenklimaat. Onze fabriekswoningen hebben minimaal de volgende isolatiewaarden:
- Vloer: Rc ≥ 3,7 m²K/W
- Gevel: Rc ≥ 4,7 m²K/W
- Dak: Rc ≥ 6,3 m²K/W
Naast deze isolatiewaarden worden de woningen luchtdicht gebouwd (Qv10 ≤ 0,40 dm³/m² GO). Samen met de toegepaste installaties, zoals de warmtepomp en ventilatie met warmteterugwinning, zorgt dit voor een beperkte warmtevraag voor ruimteverwarming.
Energieprestatievergoeding (EPV)
Onze fabriekswoningen beschikken over een goed geïsoleerde en luchtdichte gebouwschil in combinatie met energiezuinige installaties. Daardoor kunnen onze woningen, afhankelijk van het project en de uiteindelijke energieprestatie, geschikt zijn voor toepassing van de Energieprestatievergoeding (EPV).
Bij diverse woningtypen bedraagt de berekende netto warmtevraag minder dan 20 kWh/m² gebruiksoppervlakte per jaar (NTA8800). Daarmee voldoen deze woningtypen aan de energieprestatie-eisen die voor toepassing van de EPV gelden. Omdat de mogelijkheden voor EPV en de gevolgen van wijzigingen in de salderingsregeling per project verschillen, beoordelen wij dit altijd specifiek per project. Wij verzorgen daarbij de benodigde energieprestatieberekeningen, onderbouwingen en toetsing aan de EPV-voorwaarden. Zo krijgt u vooraf inzicht in de technische haalbaarheid en financiële consequenties.

BENG: Bijna Energie Neutraal Gebouw
BENG heeft betrekking op het gebouwgebonden energiegebruik van een woning. Gebruiksgebonden energiegebruik, zoals het gebruik van huishoudelijke apparaten, valt buiten de BENG-bepaling. Voor woningen gaat de bepaling om het volgende:
- Verwarmen en koelen;
- Tapwaterverwarming;
- Energiegebruik van gebouwgebonden installaties, zoals het ventilatiesysteem en regeltechniek.
BENG bestaat uit verschillende indicatoren. BENG 1 geeft de energiebehoefte weer voor het verwarmen, koelen en ventileren van de woning. Dit wordt ook wel aangeduid als klimatiseren. BENG 2 geeft het primaire fossiele energiegebruik weer en BENG 3 het aandeel hernieuwbare energie. Afhankelijk van de indicator wordt de prestatie uitgedrukt in kWh/m² per jaar of als percentage. De kans op oververhitting wordt weergegeven met de indicator TOjuli. Hoe hoger de TOjuli-waarde, hoe groter de kans op temperatuuroverschrijding in de woning tijdens warme perioden.
Afhankelijk van het woningontwerp en de uitkomsten van de energieprestatieberekeningen kunnen verschillende maatregelen worden toegepast, zoals vloerkoeling via de vloerverwarming bij grondgebonden woningen en, waar nodig, zonwerende beglazing. Voor alle vier indicatoren gelden wettelijke grenswaarden en een gebouw moet tegelijkertijd aan deze grenswaarden voldoen om als BENG-conform te worden aangemerkt.
ENG: Energie Neutraal Gebouw
ENG staat voor Energie Neutraal Gebouw en gaat een stap verder dan BENG. Waar BENG eisen stelt aan de energieprestatie van een gebouw, is bij ENG de gebouwgebonden energievraag op jaarbasis in balans met de energie die voor deze functies wordt opgewekt. Het gaat daarbij om energie voor onder meer verwarming, koeling, ventilatie en warm tapwater. Het energiegebruik van bewoners, zoals voor huishoudelijke apparaten, valt hierbij buiten beschouwing. Een energieneutraal gebouw kan gebruikmaken van elektriciteit uit het net. Op momenten dat meer energie wordt opgewekt dan nodig is voor de gebouwgebonden functies, kan een overschot worden teruggeleverd aan het net. Op andere momenten kan elektriciteit van het net worden afgenomen.
NOM: Nul-op-de-Meter
Ten opzichte van BENG en ENG wordt bij Nul-op-de-Meter (NOM) niet alleen gekeken naar het gebouwgebonden energiegebruik, zoals energie voor verwarming, koeling, ventilatie en warm tapwater, maar ook naar het huishoudelijke energieverbruik van de bewoners. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met het gebruik van huishoudelijke apparaten, verlichting, televisies en computers. De energieopwekking van de woning wordt afgestemd op het verwachte totale energiegebruik, inclusief het huishoudelijke energieverbruik. NOM is daarom sterk afhankelijk van het daadwerkelijke gebruik van de woning en het energieverbruik van de bewoners. Bij de bepaling van een NOM-woning wordt doorgaans uitgegaan van gestandaardiseerde aannames voor het huishoudelijke energieverbruik.
Disclaimer
Niet alle woningen kunnen als Nul-op-de-Meter (NOM)-woning worden uitgevoerd. Dit is onder meer afhankelijk van de configuratie van de woning, zoals het aantal gevelopeningen, dakkapellen en de beschikbare dakoppervlakte voor zonnepanelen. Daarnaast neemt de opbrengst van zonnepanelen in de loop van de tijd geleidelijk af. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van het type paneel en de productspecificaties. Ook verschilt de opbrengst van zonnepanelen per woning. Dit hangt onder meer samen met de oriëntatie van de woning, de hellingshoek van het dak, lokale schaduwwerking en de directe omgeving. Bomen, omliggende bebouwing en andere obstakels kunnen invloed hebben op de hoeveelheid zonlicht die de zonnepanelen bereikt. De werkelijke energieprestatie van een NOM-woning is daarnaast mede afhankelijk van het energieverbruik en het gebruiksgedrag van de bewoners.



